ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0790
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-Van der Weijden
- Bijleveld-Van der Slikke
- Lohuis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep alimentatie: behoefte vrouw en kinderen en draagkracht man
Partijen zijn in 1992 gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2005 is de alimentatie vastgesteld, maar beide partijen zijn het niet eens met de vastgestelde bedragen. De man stelt dat de behoefte van de vrouw niet is vastgesteld en dat haar verdiencapaciteit hoger is dan aangenomen. De vrouw stelt dat de behoefte van de kinderen moet worden geactualiseerd vanwege het gestegen inkomen van de man.
Het hof neemt het netto besteedbaar gezinsinkomen in 2003 als uitgangspunt voor de behoeftebepaling, waarbij rekening wordt gehouden met de kosten van de kinderen en een opslag vanwege het niet langer voeren van een gezamenlijke huishouding. De aanvullende behoefte van de vrouw wordt vastgesteld op circa € 1.139,- netto per maand. De vrouw kan haar werkuren niet uitbreiden vanwege zorg voor de kinderen en beperkte mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op € 1.363,- per maand in 2005 en € 1.495,- per maand in 2006, gebaseerd op het gestegen inkomen van de man. De draagkracht van de man wordt berekend aan de hand van zijn inkomen en lasten, waarbij rekening wordt gehouden met fiscale voordelen. Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank voor wat betreft kinder- en partneralimentatie en bepaalt nieuwe alimentatiebedragen, waarbij de man vanaf 1 februari 2006 € 165,- per maand aan partneralimentatie en € 498,- per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt nieuwe alimentatiebedragen voor de man, met ingang van 1 februari 2006 € 165,- partneralimentatie en € 498,- per kind per maand kinderalimentatie.