ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0912
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over provisieregeling en franchiseclausule in arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een franchiseclausule onderdeel uitmaakte van de provisieregeling tussen [X.] Assurantie Groep B.V. en werknemer [Y.]. Het hof oordeelde anders dan de rechtbank en stelde vast dat de franchiseclausule, gelijk aan het basissalaris, onderdeel was van de overeengekomen provisieregeling.
Het geschil betrof de vorderingen van [Y.] tot betaling van provisie en een bonus. Het hof vernietigde het vonnis voor zover daarin een bonus van €10.000 netto werd toegewezen, maar bekrachtigde het vonnis voor het overige. De vordering tot provisie werd toegewezen tot een bedrag van €2.709,87 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. Daarnaast werd provisie over de periode van non-activiteit toegekend, berekend op drie maanden.
Het hof baseerde zijn oordeel op de inhoud van de arbeidsovereenkomst, de provisieregeling, en getuigenverklaringen, waaronder die van de vestigingsmanager die de franchise en provisiestructuur aan [Y.] had uitgelegd. Het feit dat [Y.] niet direct provisie opeiste, werd meegewogen als indicatie van bekendheid met de franchise. De bonusvordering werd afgewezen omdat deze reeds was verdisconteerd in de provisieberekening. De proceskosten werden aan [Y.] opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst de bonusvordering af en kent provisie toe minus franchise, met veroordeling tot betaling en proceskosten.