ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2036
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Koopman
- A.A. van Wendel de Joode
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag invorderingsrente inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende stelde dat tijdens een eerdere zitting in 2003 een compromis was bereikt met de Inspecteur waarbij ook was toegezegd dat geen invorderingsrente verschuldigd zou zijn over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 1996. In de uitspraak van het hof in die zaak uit 2004 werd deze toezegging echter niet vermeld.
Ter zitting in 2006 werd een getuige gehoord, raadsheer A, die verklaarde dat tijdens de zitting in 2003 niet over invorderingsrente was gesproken, hoewel de gemachtigde van belanghebbende aantekeningen had gemaakt waarin stond dat bij een compromis geen rente en boete verschuldigd zouden zijn. Het hof oordeelde dat deze aantekeningen en verklaringen onvoldoende bewijs vormden dat de toezegging ook de invorderingsrente betrof.
Het hof overwoog verder dat de kennis van de fiscaal deskundige gemachtigde aan belanghebbende moet worden toegerekend en dat het onwaarschijnlijk is dat de Inspecteur een toezegging zou doen over invorderingsrente, omdat dit tot de bevoegdheid van de Ontvanger behoort. Daarom kon niet worden aangenomen dat sprake was van een toezegging of een gerechtvaardigd vertrouwen dat invorderingsrente niet verschuldigd zou zijn.
Gelet op deze overwegingen verklaarde het hof het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak werd mondeling gedaan op 7 december 2006 te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag invorderingsrente is ongegrond verklaard.