ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2767
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- B.F. de Poorter
- R.R. Everaars-Katerberg
- F.J.M. Walstock
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens onvoldoende bewijs poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving
Op 23 augustus 2005 vond een incident plaats waarbij klager werd bedreigd met een pistool door de echtgenoot van beklaagde, die hem dwong mee te gaan naar hun woning. Klager deed aangifte van wederrechtelijke vrijheidsberoving tegen beklaagde, die volgens hem van de plannen op de hoogte was en actief meewerkte.
De officier van justitie besloot de zaak niet te vervolgen wegens gebrek aan bewijs. Klager diende vervolgens een klaagschrift in bij het hof met het verzoek tot vervolging. Het hof behandelde het klaagschrift en beoordeelde de verklaringen van betrokkenen, waaronder de ontkenning van beklaagde en de latere verklaring van haar echtgenoot dat zij niets van de plannen wist.
Hoewel het pistool eigendom was van beklaagde, verklaarde haar echtgenoot dat hij zelfstandig handelde en toegang had tot het wapen. Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat beklaagde, zelfs voorwaardelijk, opzet had gericht op vrijheidsberoving. Het beklag werd daarom afgewezen en de vervolging van beklaagde niet bevolen.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs voor vervolging van beklaagde.