ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2854
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens herhaalde ongeoorloofde afwezigheid
In deze zaak is werknemer [X.] op 30 september 2003 op staande voet ontslagen door zijn werkgever Brabaflex wegens herhaalde ongeoorloofde afwezigheid, te laat komen, onzorgvuldig omgaan met een bedrijfsauto en ongeoorloofd gedrag tegenover een opdrachtgever.
De werknemer betwist de geldigheid van het ontslag en stelt dat er geen dringende reden was en dat het ontslag nietig is. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat de werkgever niet volledig in haar bewijs is geslaagd, met name over de vraag of de werknemer daadwerkelijk zonder bericht afwezig was op de dag van het ontslag.
Het hof bevestigt dat voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet een dringende reden vereist is die onverwijld wordt medegedeeld. Het regelmatig te laat komen en zonder geldige reden niet verschijnen op het werk kan een dringende reden vormen. Echter, het hof vindt dat de bewijslast bij de werkgever ligt en dat de kantonrechter onterecht te hoge eisen stelde aan het tegenbewijs van de werknemer.
Het hof wijst de zaak aan voor nader bewijs, waarbij Brabaflex wordt opgedragen te bewijzen dat de werknemer op 30 september 2003 niet op zijn werk is verschenen. Tevens wordt een getuigenverhoor gepland onder leiding van een raadsheer-commissaris. De beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Hof wijst bewijsopdracht toe aan werkgever en houdt beslissing aan voor nader bewijs over afwezigheid werknemer op dag ontslag.