ECLI:NL:GHSHE:2006:BB9274
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- A.J. van Soest
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terbeschikkingstellingregeling bij maatschap en samenwerkingsverband in inkomstenbelasting
Belanghebbende, zoon van een agrariër, was betrokken bij een maatschap die een agrarisch bedrijf dreef met cultuurgrond die deels was verkocht en verpacht. De Inspecteur kwalificeerde het resultaat uit de maatschap als inkomen uit sparen en beleggen, terwijl belanghebbende stelde dat het resultaat moest worden gerekend tot inkomen uit werk en woning.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 3.92, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001, waarin wordt bepaald wanneer vermogensbestanddelen die ter beschikking worden gesteld aan een samenwerkingsverband worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden. De Inspecteur stelde dat het samenwerkingsverband een objectieve onderneming moest drijven, maar het hof oordeelde dat deze eis niet uit de tekst of wetsgeschiedenis blijkt.
Het hof stelde vast dat de wetgever waar hij een ondernemingssfeer wilde vereisen dit expliciet vermeldde in andere artikelen, maar niet in artikel 3.92. Daarom concludeerde het hof dat de Inspecteur's standpunt onjuist was en verklaarde het beroep gegrond. De aanslag werd verminderd tot een verzamelinkomen van ƒ 78.434, bestaande uit een belastbaar inkomen uit werk en woning van ƒ 69.953 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van ƒ 8.481.
Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 19 juli 2006.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een verzamelinkomen van ƒ 78.434,-.