ECLI:NL:GHSHE:2006:BC2616
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Waaijers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonbetaling en vakantierechten bij arbeidsongeschiktheid door verslaving
De werknemer trad in augustus 2001 in dienst en werd naar eigen zeggen vanaf 15 juli 2002 ziek, wat hij bij de werkgever meldde. Hij was verslaafd aan verdovende middelen en werd vanaf oktober 2002 klinisch opgenomen. De werkgever stopte de loonbetaling en verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ontbond de overeenkomst per 15 december 2002 en kende een vergoeding toe.
De werknemer vorderde loonbetaling over de periode van 15 juli tot 15 december 2002 en betaling van vakantierechten. De werkgever betwistte de ziekmelding en arbeidsongeschiktheid, stelde dat verslaving geen ziekte is en dat de werknemer zich niet aan voorschriften hield. Het hof oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid vanaf 15 juli 2002 door het UWV was vastgesteld en dat de werkgever dit onvoldoende had betwist.
Verder stelde het hof dat een klinische opname wegens verslaving een algemeen erkende psychiatrische stoornis is die arbeidsongeschiktheid impliceert. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van loon, vakantierechten en een dwangsom bij niet-naleving, maar de wettelijke rente over de bijdrage aan het Vakantiefonds werd afgewezen. De grieven van de werkgever faalden grotendeels.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van loon en vakantierechten met een dwangsom bij niet-naleving, terwijl de wettelijke rente over de bijdrage aan het Vakantiefonds is afgewezen.