ECLI:NL:GHSHE:2006:BC2959
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Heidinga
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring verkoop en schenking aandeel nalatenschap wegens faillissementspauliana
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de curator in het faillissement van [persoon 1] de verkoop en eigendomsoverdracht van het aandeel in de nalatenschap van diens moeder door de gefailleerde aan zijn vier kinderen nietig kon laten verklaren op grond van faillissementspauliana (artikel 42 Fw Pro).
De curator stelde dat de verkoop en de daaropvolgende schenking van de koopsom onverplichte rechtshandelingen waren die de schuldeisers benadeelden en dat zowel de gefailleerde als zijn kinderen hiervan op de hoogte waren. De geïntimeerden betwistten dit en voerden onder meer aan dat er een schikkingsovereenkomst was gesloten en dat sprake was van voldoening aan een natuurlijke verbintenis.
Het hof oordeelde dat de curator onvoldoende concrete feiten had gesteld omtrent de wetenschap van benadeling door de kinderen, waardoor geen omkering van de bewijslast kon plaatsvinden. Wel was de gefailleerde bekend met de benadeling. Het hof achtte de verkoop en schenking als één geheel een schenking van het aandeel, waardoor artikel 42 lid 3 Fw Pro van toepassing was. De curator kon de nietigverklaring vorderen, maar de vordering tot terugbetaling van de koopsom werd afgewezen.
Het gevolg was dat het aandeel in de nalatenschap terugviel in de faillissementsboedel en de kinderen in hun oorspronkelijke positie werden hersteld. Het hof vernietigde het vonnis van het gerechtshof en wees de vordering van de curator tot nietigverklaring toe, terwijl de vordering tot betaling werd afgewezen. De kosten werden aan de geïntimeerden opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart de verkoop en eigendomsoverdracht nietig en wijst de vordering tot betaling van de koopsom af.