ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ7130
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring en titel geldlening aan commanditaire vennootschap
De vrouw vordert betaling van twee bedragen die zij in 1991 aan de commanditaire vennootschap [bedrijf 1] heeft overgemaakt, stellende dat het ging om geldleningen aan de man, die beherend vennoot was. De man betwist dit en stelt dat het om inbreng in de vennootschap ging. Het hof overweegt dat geen schriftelijke overeenkomsten zijn gesloten en dat de titel van de betalingen moet worden vastgesteld op basis van de omstandigheden en bewijs.
Het hof stelt vast dat de geldleningen niet voor bepaalde tijd zijn aangegaan, maar voor onbepaalde tijd, zodat de verjaringstermijn van vijf jaar pas begint te lopen vanaf het moment dat de vrouw de lening heeft opgeëist. Dit betekent dat de vordering niet is verjaard, ondanks het faillissement van de vennootschap en de man.
Verder bepaalt het hof dat de vrouw de bewijslast draagt voor de titel geldlening, maar dat zij wordt toegelaten tot bewijslevering. De man wordt toegelaten tot tegenbewijs, met name voor het bedrag van fl. 100.000,- waarvoor op het bankafschrift 'lening' staat vermeld. Het hof wijst op de bijzondere omstandigheden van de huwelijksrelatie en de investeringssituatie.
Het hof wijst het beroep van de man op verjaring af en laat partijen toe bewijs te leveren over de aard van de betalingen. Tevens wordt een comparitie met getuigenverhoor gepland om nadere feiten te onderzoeken. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De vrouw wordt toegelaten tot bewijs van geldlening en de man tot tegenbewijs; de vordering is niet verjaard en de zaak wordt aangehouden voor getuigenverhoor.