ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ7138
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Toelating als concurrent schuldeiser wegens pensioenschade na faillissement aannemingsbedrijf
Appellante was sinds 1970 werkzaam bij het failliete aannemingsbedrijf en werd aanvankelijk uitgesloten van de pensioenregeling vanwege haar geslacht en deeltijdarbeid. Na een toezegging van een bestuurder dat zij recht had op pensioenreparatie, diende zij een vordering in ter verificatie van €23.744,66, bestaande uit kosten voor pensioenreparatie en een schadevergoeding wegens pensioenschade.
De rechtbank wees haar vordering af, waarna appellante hoger beroep instelde en haar eis wijzigde. Het hof oordeelt dat de primaire vordering tot erkenning van een boedelschuld niet ontvankelijk is omdat een renvooiprocedure niet dient voor een dergelijke verklaring. De subsidiaire vorderingen tot toelating als preferent of concurrent schuldeiser zijn wel ontvankelijk.
Het hof verwerpt het beroep op verjaring omdat appellante pas bij het faillissement bekend werd met haar pensioenschade. De curator betwist de vordering niet langer, zodat toelating als schuldeiser mogelijk is. Het hof oordeelt dat de vordering niet bevoorrecht is op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet en verklaart appellante als concurrent schuldeiser toegelaten voor het bedrag van €23.744,66. De curator wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar primaire vordering maar als concurrent schuldeiser toegelaten voor €23.744,66 in het faillissement.