ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ8034
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende onderbouwing compensatie en nietigheid cessie in zakelijke doorstart
In deze civiele zaak draaide het om geschillen tussen appellanten en geïntimeerden over een vaststellingsovereenkomst, de verkoop van een bedrijfspand en de gevolgen daarvan voor deelnemingen in nieuwe vennootschappen na faillissement van dochtermaatschappijen.
Appellanten stelden dat hen een compensatie van 250.000 gulden toekwam vanwege een toezegging van geïntimeerde sub 1, die niet werd nagekomen, en dat een cessieovereenkomst nietig was wegens misbruik van omstandigheden. De rechtbank wees deze vorderingen af en het hof bevestigde dit oordeel.
Het hof overwoog dat appellanten onvoldoende hadden onderbouwd waarom zij na de vaststellingsovereenkomst en verkoop van aandelen aanspraak konden maken op compensatie. De vermeende toezegging was onvoldoende concreet en niet meer relevant na de uiteindelijke afwikkeling van de relatie tussen partijen. Ook het beroep op misbruik van omstandigheden bij de cessie werd verworpen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden die tot de rechtshandeling hadden bewogen.
Het hof bekrachtigde de vonnissen, wees de vorderingen af en veroordeelde appellanten in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van appellanten af wegens onvoldoende onderbouwing en ontbreken bijzondere omstandigheden.