ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ8676
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.H.W.M. Sterk
- C.R.L.R.M. Ficq
- J.W. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid intrekking hoger beroep bij onjuiste voorstelling van zaken
Verdachte kreeg van een functionaris van het Bureau Sociale Dienst (BSD) van het Huis van Bewaring de mededeling dat hij in aanmerking zou komen voor plaatsing in een halfopen inrichting indien hij het hoger beroep introk. Verdachte probeerde zijn raadsman telefonisch te bereiken, wat niet lukte, waarna hij machtiging gaf tot intrekking van het hoger beroep. Later bleek dat verdachte vanwege zijn vreemdelingenstatus en een nog uit te zitten straf in Duitsland niet voor plaatsing in aanmerking kwam.
Het hof oordeelt dat de machtiging tot intrekking is gegeven op basis van een onjuiste voorstelling van zaken, maar dat deze dwaling niet onverschoonbaar is. Verdachte had immers de mogelijkheid om zijn raadsman te raadplegen en niets dwong hem om direct te beslissen. De stelling dat het BSD ook had moeten melden dat hij eerst advies van zijn raadsman moest inwinnen, wordt verworpen.
De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep, hetgeen het hof toewijst. Hierdoor is het hoger beroep van verdachte niet ontvankelijk verklaard en blijft het vonnis van de rechtbank Roermond in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens rechtsgeldige intrekking.