ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ9318
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Geschil over nakoming koopovereenkomst bouwterrein en vertragingsschade
In deze civiele zaak draait het om een geschil tussen appellant en geïntimeerden over de verkoop van een perceel bouwterrein aan een adres te plaats 1. Geïntimeerden had het perceel in april 2000 gekocht van de gemeente, met een kettingbeding en boeteclausule. In 2001 vonden onderhandelingen plaats over verkoop aan appellant zonder toepassing van de boeteclausule, maar geïntimeerden zag in oktober 2001 af van verdere onderhandelingen.
Appellant startte een procedure waarin de rechtbank op 3 oktober 2002 oordeelde dat een koopovereenkomst was gesloten onder opschortende voorwaarde dat het college van burgemeester en wethouders schriftelijk zou verklaren de boeteclausule niet toe te passen. Deze voorwaarde was nog niet vervuld, zodat levering nog niet verplicht was. Wel werd geïntimeerden veroordeeld mee te werken aan een verklaring. Na ondertekening in oktober 2002 en bevestiging door de gemeente volgde levering in november 2002.
Appellant vorderde vervolgens vertragingsschade wegens het niet tijdig meewerken aan de verklaring, waardoor bouw vertraging opliep. Het hof oordeelde dat geïntimeerden vanaf 10 februari 2002 in verzuim was, maar dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden in de verzuimperiode. De schadeberekening was onjuist omdat deze een prijsverschil tussen 2002 en 2003 betrof, terwijl vertragingsschade alleen over de verzuimperiode in 2002 kan worden gevorderd.
Het hof verwierp alle grieven van appellant, verklaarde hem niet-ontvankelijk in beroep tegen het tussenvonnis, bekrachtigde het eindvonnis van 15 december 2004, wees de schadevorderingen af en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot vertragingsschade af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.