ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ9780
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Venhuizen
- Keizer
- van der Molen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbitraal vonnis over commissie en contractsovername in exclusiviteitsgeschil
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de geldigheid van een arbitraal vonnis betreffende een exclusiviteits- en commissieovereenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde sub 1]. De kern van het geschil betreft de vraag of [appellante] gebonden is aan de tussen [bedrijf 1] en [geïntimeerde sub 1] gesloten Exclusivity Agreement, inclusief het arbitragebeding, en de juistheid van de door de arbiter toegewezen betaling van commissie.
Het hof overweegt dat ondanks dat [appellante] de overeenkomst niet heeft ondertekend, zij door haar gedragingen, zoals het voeren van onderhandelingen en het ondertekenen van contracten met de Libische partij, gerechtvaardigd was om als partij bij de overeenkomst te worden beschouwd. Het arbitragebeding is daarmee geldig en toepasselijk. De door [appellante] aangevoerde vernietigingsgronden, waaronder het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst, schending van procedurele regels, en ondeugdelijke motivering van het arbitraal vonnis, worden stuk voor stuk verworpen.
Het hof wijst erop dat de arbiter Nederlands recht als beslissingsmaatstaf heeft gehanteerd en dat de procedure, hoewel ad hoc, niet onrechtmatig is verlopen. Ook is vastgesteld dat [appellante] onvoldoende bewijs heeft geleverd om haar stellingen te onderbouwen. De vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis faalt derhalve. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Maastricht en veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het arbitraal vonnis en wijst het beroep van [appellante] af, met veroordeling in proceskosten.