ECLI:NL:GHSHE:2007:BA1886
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Schaafsma-Beversluis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in civiele zaak wegens onvoldoende nieuwe feitenverwachting
In deze civiele procedure verzocht verzoekster de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten van vier getuigen, waaronder haarzelf, haar echtgenoot, verweerster en een andere verloskundige. Het doel was om opheldering te verkrijgen over feiten met betrekking tot de verloskundige begeleiding in 1994, teneinde de haalbaarheid van een civiele procedure te kunnen beoordelen.
De rechtbank wees het verzoek af omdat het onvoldoende concreet en onderbouwd was, mede gezien het tijdsverloop sinds 1994 en de reeds beschikbare deskundigenrapporten en schriftelijke verklaringen. Het hof bevestigde deze afwijzing en benadrukte dat een voorlopig getuigenverhoor niet bedoeld is voor een volledige bewijsfase of om reeds bekende feiten te achterhalen (fishing expedition).
Het hof oordeelde dat verzoekster zich op basis van de bestaande stukken voldoende een oordeel kan vormen over haar procespositie en dat het niet te verwachten is dat het verhoor van de genoemde getuigen nieuwe, betrouwbare feiten zal opleveren. Ook de stelling dat het maken van een prognose omtrent getuigenverklaringen niet is toegestaan, verwierp het hof. Het verzoek werd daarom afgewezen en verzoekster werd in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor werd afgewezen omdat geen nieuwe betrouwbare feiten te verwachten waren.