ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2449
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Hofkes
- F. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Geen verboden onderscheid bij toepassing kostwinnersfranchise in ABP-pensioenregeling
Appellante, deelnemer aan de ABP-pensioenregeling, stelde dat de toepassing van de kostwinnersfranchise en de uniforme franchise in de pensioenopbouw leidde tot ongelijkheid tussen gehuwde werknemers in tweeverdienersrelaties en alleenverdieners, wat volgens haar een verboden onderscheid op grond van geslacht opleverde. Zij vorderde een verklaring voor recht dat het ABP hiermee in strijd handelde met art. 119 EG Pro Verdrag (thans 141) en art. 12b Wet Gelijke Behandeling Mannen en Vrouwen.
Het hof overwoog dat de kostwinnersfranchise berust op de fictie dat de AOW-uitkering van de partner aan de werknemer toekomt, terwijl dit feitelijk niet het geval is. Dit leidt ertoe dat het pensioenresultaat van zowel alleenverdieners als tweeverdieners gelijk wordt beïnvloed, waardoor er geen onderscheid in beloning tussen mannen en vrouwen is. Het hof verwierp het standpunt van appellante dat het gezamenlijke pensioenresultaat van partners in een tweeverdienersrelatie vergeleken moet worden met dat van alleenverdieners.
Verder oordeelde het hof dat het beginsel van gelijke beloning ziet op individuele werknemers en niet op huishoudens. De uniforme franchise leidt ook niet tot ongelijke beloning. Het hof zag geen aanleiding tot prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat de vorderingen van appellante afwees. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellante af wegens ontbreken van verboden onderscheid.