ECLI:NL:GHSHE:2007:BA3432
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. Begheyn
- H. Hendriks-Jansen
- R. Riemens
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij arbeidsongeval tijdens werkzaamheden aan een woning
In deze zaak gaat het om een arbeidsongeval dat plaatsvond op 3 januari 2002, waarbij de appellant, een timmerman, van het dak viel van een in aanbouw zijnde woning. De appellant stelde dat er sprake was van een dienstbetrekking met de geïntimeerde, de eigenaar van de woning, en dat de steiger niet voldeed aan de eisen van de Arbeidsomstandighedenwet. In eerste aanleg werd de vordering van de appellant afgewezen door de rechtbank, die oordeelde dat er geen arbeidsovereenkomst was en dat de vordering enkel op onrechtmatige daad gebaseerd kon worden.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter in zijn vonnis van 4 december 2003 slechts een voorlopig oordeel had gegeven over de arbeidsovereenkomst en dat de rechtbank, civiele sector, verplicht was om ook de primaire vordering te beoordelen. Het hof stelde vast dat de rechtbank zich ten onrechte had beperkt tot de subsidiaire vordering en dat de afwijzing van de primaire vordering niet correct was. De appellant had bewijs aangeboden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst, en het hof besloot hem toe te laten tot bewijslevering.
De beslissing van het hof houdt in dat de appellant niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter, maar dat hij de mogelijkheid krijgt om bewijs te leveren van de arbeidsovereenkomst. Het hof heeft de zaak verwezen naar de rolzitting voor verdere procedurele stappen, waaronder het horen van getuigen. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor de rechtbank om alle relevante vorderingen te beoordelen en de rechten van de appellant te waarborgen.