ECLI:NL:GHSHE:2007:BA3432
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake arbeidsovereenkomst en aansprakelijkheid bij val van dak tijdens bouwwerkzaamheden
Op 3 januari 2002 viel appellant tijdens werkzaamheden aan het dak van een in aanbouw zijnde woning van geïntimeerde en liep ernstig letsel op. Appellant vorderde in eerste aanleg primair dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen hem en geïntimeerde, subsidiair stelde hij onrechtmatige daad wegens onvoldoende veilige steiger.
De kantonrechter oordeelde voorlopig dat geen arbeidsovereenkomst bestond en verwees de zaak naar de civiele sector. De civiele rechtbank wees vervolgens de vordering af, maar het hof oordeelt dat de rechtbank ook de primaire vordering had moeten beoordelen. Het hof laat appellant toe bewijs te leveren dat hij gedurende drie opeenvolgende maanden wekelijks of ten minste 20 uur per maand arbeid heeft verricht, waarmee het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610a BW kan worden aangenomen.
Het hof wijst erop dat het niet vaststaat dat aan alle criteria voor het rechtsvermoeden is voldaan, en dat appellant ook andere feiten en omstandigheden kan bewijzen die duiden op een arbeidsovereenkomst, zoals een gezagsverhouding. Het hof verklaart appellant niet ontvankelijk in hoger beroep tegen de verwijzingsbeslissing van de kantonrechter, maar staat hem toe bewijs te leveren over de arbeidsovereenkomst. De zaak wordt verwezen voor getuigenverhoor onder leiding van een raadsheer-commissaris.
Uitkomst: Appellant wordt niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de verwijzingsbeslissing, maar mag bewijs leveren over het bestaan van een arbeidsovereenkomst.