ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4306
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Vorming voorziening debiteurenrisico en actuariële voorziening lijfrente in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die leningen verstrekte aan E B.V., betwistte de aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 1995 tot en met 2000. Centraal stond de vraag of zij een voorziening mocht vormen voor het debiteurenrisico van de aan E verstrekte kredieten en een bedrag ten laste van de winst mocht brengen wegens aanpassing van de actuariële voorziening voor lijfrente-uitkeringen.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende als enige financier van E optrad en dat de leningen vanaf 1995 onzakelijk waren, voortkomend uit persoonlijke motieven van de aandeelhouders om hun zoon te steunen. Hierdoor kon de voortgezette geldverstrekking niet ten laste van de winst worden gebracht. Het Hof volgde de Inspecteur in het bepalen van de voorziening op basis van het negatieve vermogen van E per jaar.
Voor 1995 en 1996 werden de verliezen verhoogd tot respectievelijk ƒ 1.745.721,- en ƒ 2.025.838,-. Voor 1997 werd de aanslag verminderd tot nihil door verrekening van verliezen. De aanspraak voor 1999 inzake de actuariële voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Voor 2000 werd geen grond voor vernietiging van de aanslag gevonden.
Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden uitspraken voor 1995, 1996 en 1997 vernietigd en voor de overige jaren gehandhaafd. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, met vernietiging van uitspraken over 1995-1997, verhoging van verliezen over 1995 en 1996, en handhaving van uitspraken over 1998-2000.