ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4952
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- D.M. Weber
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonplaatsfictie Successiewet en proceskostenvergoeding in Europees recht
Het geschil betreft de vraag of het Europese recht de woonplaatsfictie van artikel 3, eerste lid, van de Successiewet buiten werking stelt en of het zich verzet tegen de Nederlandse beperking van de proceskostenvergoeding in zaken die de bescherming van het gemeenschapsrecht betreffen.
De erflaatster, met uitsluitend de Nederlandse nationaliteit, was na 1991 woonachtig in Zwitserland en overleed in België binnen tien jaar na vertrek uit Nederland. De Inspecteur legde successierechten op op basis van de woonplaatsfictie. Belanghebbenden betwistten deze toepassing en stelden dat het Europese recht deze fictie buiten werking stelt.
Het hof stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat op 23 februari 2006 oordeelde dat artikel 73 B EG-Verdrag zich niet verzet tegen een regeling zoals de woonplaatsfictie. Het hof volgt dit oordeel en oordeelt dat de woonplaatsfictie geen verboden discriminatie of beperking van kapitaalverkeer inhoudt. Tevens bevestigt het hof dat de forfaitaire proceskostenvergoeding in Nederland voldoende is, ook in zaken over Europees recht.
Het hof vernietigt de bestreden uitspraak, vermindert de aanslagen successierecht tot ƒ 19.906,- per belanghebbende en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van € 5.152,-. Het griffierecht van € 29,- wordt aan belanghebbenden vergoed. Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak cassatieberoep instellen.
Uitkomst: De woonplaatsfictie wordt bevestigd als verenigbaar met Europees recht en de aanslagen successierecht worden verminderd met toekenning van proceskostenvergoeding.