ECLI:NL:GHSHE:2007:BA5737
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Bark-van Gink
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing artikel 4:59 BW op mantelzorgers bij testamentaire bevoordeling
In deze civiele zaak stond centraal of mantelzorgers die langdurig zorg verleenden aan een erflaatster, konden worden aangemerkt als beroepsbeoefenaren in de zin van artikel 4:59 BW Pro, waardoor zij geen voordeel zouden mogen trekken uit haar testament.
De appellant stelde dat de mantelzorgers als professionele zorgverleners moesten worden beschouwd en dat hun testamentaire bevoordeling daarom vernietigd moest worden. De geïntimeerden betwistten dit en stelden dat zij slechts vrienden waren die zorg verleenden zonder professionele status.
De rechtbank wees de vordering van appellant af, stellende dat de wetgever de werking van artikel 4:59 BW Pro niet heeft willen uitbreiden tot mantelzorgers en dat onvoldoende was gesteld om de mantelzorgers als beroepsbeoefenaren aan te merken. Het hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat mantelzorgers niet onder de in artikel 3 Wet Pro BIG genoemde beroepsbeoefenaren vallen, noch als geestelijk verzorger kunnen worden aangemerkt.
Ook het beroep op lid 2 van artikel 4:59 BW Pro faalde, omdat erflaatster niet in een zorginstelling verbleef bij het maken van haar testament. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot vernietiging van het testament af.