ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6240
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Huijbers-Koopman
- Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Geen vorderingsrecht voor aspirant oprichtster van niet-opgerichte vennootschap in koopovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of appellante, als aspirant oprichtster van een besloten vennootschap in oprichting (B.V. i.o.), een vorderingsrecht had jegens geïntimeerden wegens niet-nakoming van een koopovereenkomst die door geïntimeerden met die B.V. i.o. was gesloten.
De koopovereenkomst betrof een onroerende zaak in België en bijbehorende roerende goederen, met een huurkoopconstructie vanwege financiële beperkingen van de koper. Appellante trad op namens de B.V. i.o., die uiteindelijk niet is opgericht. Zij vorderde betaling van schadevergoeding en een boete wegens niet-nakoming door geïntimeerden.
Geïntimeerden voerden onder meer aan dat appellante niet als partij kon optreden omdat zij niet als vennoot van een vennootschap onder firma kon worden beschouwd en dat de koopovereenkomst nietig of vernietigbaar was. De rechtbank verklaarde appellante niet-ontvankelijk, omdat een handelende namens een B.V. i.o. niet zelf partij wordt bij de overeenkomst.
Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellante geen feiten had gesteld die haar als vennoot van een vof konden kwalificeren, noch dat zij zichzelf wilde binden in plaats van de B.V. i.o. Ook leidde art. 2:203 lid 2 BW Pro niet tot een vorderingsrecht voor appellante. De grief van appellante faalde en het vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verklaart appellante niet-ontvankelijk en bekrachtigt het vonnis dat haar vorderingen afwijst.