ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6259
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verval van instantie en verwijzing naar memorie van grieven
In deze civiele procedure stonden twee hoger beroepen centraal, waarbij appellant en geïntimeerde wederzijds vorderingen hadden ingesteld. De procedures waren geschorst vanwege het faillissement van appellant, maar dit faillissement was in 2001 opgeheven, waardoor voortzetting mogelijk werd.
Geïntimeerde vorderde verval van instantie omdat appellant rolhandelingen langer dan twaalf maanden niet zou hebben verricht, waarbij hij zich beroept op artikel 251 Rv Pro. Het hof oordeelde dat het oude procesrecht (artikelen 279-284 Rv) van toepassing is omdat de procedures vóór 1 januari 2002 zijn gestart.
Uit de roladministratie bleek dat de zaken niet gedurende drie jaar zijn stilgelegd; er was een procureurswisseling en jaarlijkse aanhoudingen op de slaaprol, wat als voortzetting geldt. Daarom kon de vordering tot verval van instantie niet worden toegewezen.
Het hof wees de vordering af, verwees de zaken naar de rol van 29 mei 2007 voor memorie van grieven van appellant en hield verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, aan.
Uitkomst: De vordering tot verval van instantie wordt afgewezen en de zaken worden verwezen naar de rol voor memorie van grieven.