ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6822
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oproeping in vrijwaring in hoger beroep bij internationale civiele procedure over levering staal
In deze civiele zaak vordert appellante in hoger beroep de oproeping in vrijwaring van haar medegedaagde in eerste aanleg, een Duits bedrijf, in een geschil over de levering van een partij staal. Geïntimeerde stelde dat zij schade had geleden doordat de levering van staal was uitgebleven, en sprak zowel appellante als het Duitse bedrijf aan.
Het hof overweegt dat de bevoegdheid van de rechtbank in eerste aanleg ook geldt voor het hof en dat het Nederlandse procesrecht van toepassing is op de geldigheid van de dagvaarding en de incidentele vorderingen. Het hof stelt vast dat oproeping in vrijwaring voor het eerst in hoger beroep niet is toegestaan volgens artikel 210 Rv Pro in samenhang met artikel 353 Rv Pro en de wetsgeschiedenis.
Het hof benadrukt dat oproeping in vrijwaring een procedurele stap is die in eerste aanleg genomen moet worden, omdat degene die in vrijwaring wordt opgeroepen in hoger beroep slechts één feitelijke instantie heeft om zijn standpunt naar voren te brengen. De positie van een medegedaagde verschilt wezenlijk van die van een in vrijwaring opgeroepen partij.
De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt daarom afgewezen en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord van geïntimeerde, en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Vordering tot oproeping in vrijwaring in hoger beroep wordt afgewezen en appellante wordt veroordeeld in proceskosten.