ECLI:NL:GHSHE:2007:BA8304
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Hof wijst vordering af wegens onvoldoende aannemelijkheid aansprakelijkheid katvanger bij hennepkwekerij
In deze zaak stond centraal of appellant, die als katvanger optrad bij de huur van een schuur waarin een hennepkwekerij werd aangetroffen, aansprakelijk kon worden gehouden voor de schade die Essent stelde te hebben geleden door energiediefstal. Essent had de levering van gas en elektriciteit aan de woning van geïntimeerden afgesloten vanwege onrechtmatige handelingen aan de elektriciteitsaansluiting.
Geïntimeerden vorderden in kort geding dat appellant werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 11.261,79 aan Essent, dan wel aan hen, met het oog op hervatting van de energielevering. De voorzieningenrechter kende een gedeeltelijke betaling toe, maar het hof oordeelde dat de stellingen van geïntimeerden onvoldoende aannemelijk maakten dat appellant daadwerkelijk de hennepkwekerij had geëxploiteerd of daartoe derden had toegestaan.
Het hof benadrukte dat in kort geding de vordering tot betaling van een geldsom slechts kan worden toegewezen indien het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn gemaakt. Nu appellant de exploitatie betwistte en de vordering onvoldoende was onderbouwd, wees het hof de vordering af en veroordeelde geïntimeerden in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van geïntimeerden tegen appellant af wegens onvoldoende aannemelijkheid van diens aansprakelijkheid.