ECLI:NL:GHSHE:2007:BA8346
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Bod
- De Groot-van Dijken
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Executie arrest geldlening en verrekening vorderingen na faillissement
In deze zaak staat de rechtmatigheid van de executie van een arrest uit 2001 centraal, waarbij [appellante] veroordeeld werd tot betaling van een geldlening van f 125.000,-- aan [geïntimeerde]. Na homologatie van een akkoord in het faillissement van [geïntimeerde] ontstond discussie over de verrekening van vorderingen tussen partijen.
[Appellante] vorderde in kort geding staking van de executie van een beslag op haar onroerende zaak, stellende dat de vordering van [geïntimeerde] reeds door verrekening was voldaan. De voorzieningenrechter wees dit af, maar het hof oordeelde dat deze maatstaf onjuist was toegepast en dat nieuwe feiten omtrent verrekening niet waren beoordeeld.
Het hof stelde vast dat de vordering van [geïntimeerde] al vóór het arrest van 2001 door verrekening was voldaan, waardoor voortzetting van de executie misbruik van recht oplevert. Het vonnis van de voorzieningenrechter werd vernietigd, de executie werd geschorst en de kosten werden aan [geïntimeerde] opgelegd.
Uitkomst: Het hof gelast de staking van de executie van de onroerende zaak wegens misbruik van recht door reeds voldane vordering via verrekening.