ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0040
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand tijdens WSNP zonder vereiste verwijtbaarheid
Huurster huurde een woning en had bij de dagvaarding een huurachterstand van meer dan drie maanden, die verder opliep na de dagvaarding. De huurschuld was ontstaan tijdens haar toelating tot de WSNP. De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming gelast.
Huurster voerde in hoger beroep aan dat geen sprake was van verwijtbaarheid en dat zij door de WSNP beschikkingsonbevoegd was om huur te betalen. Het hof verwierp deze grieven en oordeelde dat verwijtbaarheid niet vereist is voor ontbinding op grond van art. 6:265 BW Pro. Ook is zij bevoegd huur te betalen uit het vrij te laten bedrag. De verantwoordelijkheid voor tijdige betaling ligt bij huurster, ook als zij een bewindvoerder heeft.
Verder stelde huurster dat de bewindvoerder mee had moeten worden gedagvaard en dat de dagvaarding aan hem betekend had moeten worden. Het hof verwierp dit standpunt omdat een bewindvoerder niet als medegedaagde hoeft te worden opgeroepen en het ontbreken van betekening geen gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid van de vordering.
Ten slotte klaagde huurster over het ontbreken van een comparitie in eerste aanleg, maar dit werd ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde huurster in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand tijdens WSNP zonder vereiste verwijtbaarheid.