ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1012
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadeverdeling bij zinken woonark door vorstschade aan waterleiding
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor het zinken van een woonark als gevolg van het ontdooien van een niet afgesloten waterleiding na een vorstperiode. De huurder had de woonark verlaten zonder de hoofdkraan en gootsteenkraan af te sluiten, terwijl de verhuurder de woonark verhuurde zonder adequate vorstbescherming aan de watertoevoerleiding.
De rechtbank Maastricht had eerder een schadeverdeling van 65% voor de verhuurder en 35% voor de huurder vastgesteld. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en stelt vast dat beide partijen toerekenbaar tekort zijn geschoten, waarbij de schade gelijkelijk (50/50) wordt verdeeld. De huurder had de woonark verlaten terwijl het vroor en de kranen niet goed had afgesloten, en de verhuurder had de woonark verhuurd met een gebrek aan vorstbescherming.
De totale schade aan de woonark, inclusief herstelkosten, deskundigenkosten, afvoerkosten en huurderving, wordt vastgesteld op €7.744,48. Na verrekening van de waarborgsom wordt de huurder veroordeeld tot betaling van €3.114,78 aan de verhuurder, vermeerderd met wettelijke rente. De vorderingen van de huurder tegen de huurder worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd omdat beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de huurder tot betaling van €3.114,78 aan de verhuurder wegens schade door het zinken van de woonark, met een gelijke schadeverdeling tussen partijen.