ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1040
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot nietigverklaring testament wegens ontbreken van alle erven in geding
In deze civiele zaak staat de geldigheid van een testament van mevrouw A., overleden op 24 juli 2004, centraal. Appellante X. vordert nietigverklaring van het testament van 27 december 2002 en verlangt uitvoering van een eerder testament uit 1995. De vordering is ingesteld tegen de executeurs B. c.s., maar niet tegen alle erfgenamen, waaronder broer C. ontbreekt in het geding.
De rechtbank wees de vordering af en kwalificeerde B. c.s. als gedaagden in privé, terwijl zij slechts in hun hoedanigheid van executeur partij zijn. X. is het hier niet mee eens en ging in hoger beroep, waarbij zij B. c.s. in hun hoedanigheid van executeur dagvaardde.
Het hof oordeelt dat wijziging van hoedanigheid in hoger beroep niet mogelijk is en dat X. niet-ontvankelijk is voor zover haar vordering gericht is tegen B. c.s. in privé. Tevens stelt het hof dat de exceptio plurium litis consortium van toepassing is omdat niet alle erfgenamen zijn betrokken, wat noodzakelijk is voor een geldige nietigverklaring van het testament. Partijen krijgen gelegenheid om hierop te reageren, waarna het hof verdere beslissing zal nemen.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk omdat niet alle erfgenamen in het geding zijn betrokken en de vordering tegen executeurs in privé niet mogelijk is.