ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1667
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid oprichters voor onttrekkingen aan aandelenkapitaal vóór oprichting
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid van de oprichters van een besloten vennootschap centraal wegens onttrekkingen aan het aandelenkapitaal die vóór de oprichting zijn gedaan. De curator vordert betaling van het onttrokken bedrag op grond van artikel 2:203a lid 4 BW, omdat deze onttrekkingen niet uitdrukkelijk zijn bekrachtigd door de vennootschap na oprichting.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat de omstandigheden van het geval, zoals het ontbreken van financiële problemen ten tijde van verkoop van de aandelen en het feit dat de onttrekkingen zijn gedaan voor zakelijk verantwoorde uitgaven, het onaanvaardbaar zouden maken om de oprichters aansprakelijk te houden. Het hof oordeelt echter dat de wettelijke bescherming van het aandelenkapitaal en de crediteuren voorop staat en dat niet uitdrukkelijk bekrachtigde onttrekkingen vóór oprichting niet als aanvaard mogen worden beschouwd.
Het hof benadrukt dat de vennootschap pas na oprichting kan bekrachtigen en dat de enkele stelling dat uitgaven zakelijk verantwoord waren onvoldoende is om de oprichters te ontslaan van aansprakelijkheid. Daarom worden de oprichters hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het onttrokken bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten zowel in eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: De oprichters worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van EUR 20.417,14 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.