ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1922
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.D. van Norden
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbeperking kosten water en energie volgens artikel 3.17 Wet inkomstenbelasting 2001
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de aftrekbeperking van artikel 3.17, eerste lid, onderdeel c van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 ook van toepassing is op de in de jaarrekening opgenomen kosten van water en energie.
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting waarin deze kosten niet volledig werden erkend. De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd. De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Het Hof verwees daarbij naar het Besluit van de Staatssecretaris van 7 juni 2004, waarin een verruiming van de werking van artikel 3.17 wordt toegestaan voor in privé gehuurde bezittingen, zoals werkruimtes in huurwoningen. Dit maakt het onhoudbaar dat huurders de kosten van water en energie als zakelijke lasten kunnen aftrekken, terwijl eigenaren van woningen in privévermogen dat niet kunnen.
Het Hof concludeerde dat de Inspecteur's standpunt onjuist is en bevestigde de lagere uitspraak, waarmee de aftrekbeperking niet van toepassing is op de kosten van water en energie in de jaarrekening.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.