ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4471
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W. van Nierop
- Y.G.M. Baaijens-van Geloven
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep diefstal tussen echtgenoten en toepasselijkheid artikel 316 Sr
De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens meervoudige diefstal gepleegd tussen 12 maart en 19 november 2002. De verdachte werd ervan beschuldigd geld weggenomen te hebben dat toebehoorde aan haar (voormalige) echtgenoot en/of benadeelde partij.
De verdediging voerde primair aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was op grond van artikel 316 lid 1 Sr Pro, omdat het misdrijf binnen de relationele sfeer van het huwelijk was gepleegd. Subsidiair werd betoogd dat de klachtvereiste van artikel 316 lid 2 Sr Pro niet tijdig was ingediend. Het hof oordeelde dat voor de toepasselijkheid van artikel 316 Sr Pro beslissend is het tijdstip van aanvang van de vervolging en niet het tijdstip van het plegen van het misdrijf. Aangezien de verdachte ten tijde van de vervolging formeel gescheiden was, was artikel 316 Sr Pro niet van toepassing.
Het hof verklaarde de verdachte wettig en overtuigend schuldig aan de meervoudige diefstal, maar achtte het raadzaam geen straf of maatregel op te leggen gezien de omstandigheden. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet geschikt was voor behandeling in het strafgeding en diende bij de burgerlijke rechter te worden ingediend.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht conform bovenstaande overwegingen.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard aan meervoudige diefstal, geen straf opgelegd, schadevordering niet-ontvankelijk verklaard.