ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4951
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Venner-Lijten
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbetaling tijdens ziekte en oproep tot aangepast werk
Werknemer trad in 1999 in dienst en werd eind 2003 arbeidsongeschikt. In februari 2004 achtte de bedrijfsarts hem geschikt voor aangepast werk. Werkgever riep werknemer op dit werk te verrichten, maar werknemer hervatte pas in maart 2004 zijn werkzaamheden.
Werkgever betaalde geen loon over een periode in 2004 en stelde dat werknemer niet op de oproep tot aangepast werk reageerde. De kantonrechter droeg werkgever bewijs op, maar oordeelde dat dit niet was geleverd. Werkgever kwam in hoger beroep tegen zowel het tussenvonnis als het eindvonnis.
Het hof verklaarde het beroep tegen het tussenvonnis niet-ontvankelijk wegens gebrek aan grieven. Het beroep tegen het eindvonnis werd ongegrond verklaard omdat het hof het bewijs van werkgever eveneens onvoldoende achtte. De verklaringen van getuigen van werkgever werden niet overtuigend bevonden, terwijl de gedetailleerde verklaring van werknemer, ondersteund door telefoongegevens, wel volledig bewijskracht had.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, veroordeelde werkgever in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee werd de loonvordering van werknemer toegewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat werkgever onvoldoende bewijs leverde en veroordeelt werkgever tot betaling van loon en proceskosten.