ECLI:NL:GHSHE:2007:BB5047
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- P.A.M. Hendriks
- G.A.M. Stevens
- F. van Beuge
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervolging wegens onvoldoende bewijs verkrachting, wel seksueel binnendringen minderjarige
Klaagster deed op 18 juli 2006 aangifte van verkrachting door beklaagde op 4 januari 2004. De officier van justitie besloot niet te vervolgen vanwege geringe strafwaardigheid en het oude feit. Klaagster diende daarop een klaagschrift in bij het hof.
Het hof onderzocht het dossier, waaronder getuigenverklaringen en digitale communicatie. Beklaagde gaf aan dat er een afspraak was voor consensuele seks, maar dat klaagster pijn ervoer en hij daarop stopte. Klaagster hield een affectieve relatie met beklaagde gedurende dertien maanden na het incident, wat het hof meeweegt.
Het hof oordeelt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor verkrachting, maar wel voor seksueel binnendringen bij een minderjarige. Gezien de omstandigheden, het blanco strafblad van beklaagde en de late aangifte acht het hof vervolging niet opportuun.
Het beklag wordt daarom afgewezen en de beslissing tot niet vervolgen gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs voor verkrachting en acht vervolging voor seksueel binnendringen niet opportuun.