ECLI:NL:GHSHE:2007:BB5053
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- P.A.M. Hendriks
- F. van Beuge
- C. de Bruijne
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klacht wegens ontbreken direct belang bij vervolging
In deze zaak heeft klager, die in een Nederlands opsporingsonderzoek als verdachte van overtreding van de Opiumwet werd aangemerkt, een klacht ingediend tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om hem niet te vervolgen. Klager wenste dat de Nederlandse strafrechter de zaak zou behandelen om zo vervolging in België te voorkomen.
Het hof overweegt dat de procedure van artikel 12 e.v. van het Wetboek van Strafvordering slechts in uitzonderlijke gevallen openstaat voor een verdachte die zelf vervolging wenst. Dit omdat een verdachte slechts in beperkte mate als direct belanghebbende kan worden beschouwd. In dit geval is het belang van klager niet gericht op vervolging door de Nederlandse rechter, maar op het voorkomen van uitlevering aan België.
Gezien het ontbreken van een direct belang verklaart het hof klager niet-ontvankelijk in zijn klacht en wijst het beklag af. Het hof ziet daarom af van het horen van klager in raadkamer. De beslissing is genomen door mr. P.A.M. Hendriks, mrs. F. van Beuge en C. de Bruijne.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht ex artikel 12 Sv en het beklag wordt afgewezen.