ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6828
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesrechtelijke toelaatbaarheid van producties in hoger beroep vennootschap onder firma
In deze civiele procedure tussen Metavena B.V. en geïntimeerde staat de ontbinding van een vennootschap onder firma centraal. Metavena vordert onder meer de ontbinding van de v.o.f. en de toebedeling van het vennootschapsvermogen. Geïntimeerde voert verweer en reconventie.
In het incident vordert geïntimeerde dat Metavena wordt verboden het verslag A1 en de producties B1 t/m B54 in het geding te brengen, stellende dat deze stukken niet tijdig en niet op juiste wijze zijn ingebracht en dat zij daardoor in haar verdediging wordt geschaad. Het hof onderzoekt de procesrechtelijke vraag of de rechter zich mag baseren op deze producties en de wijze waarop nieuwe verweren zijn ingebracht.
Het hof stelt dat de rechter slechts feiten en rechten aan zijn beslissing mag ten grondslag leggen die partijen aan hun vorderingen of verweren hebben gelegd en die volgens bewijsregels zijn vastgesteld. Het enkele overleggen van stukken betekent niet automatisch dat de inhoud daarvan aan het verweer ten grondslag ligt. Het hof oordeelt dat voorafgaand aan sluiting van het partijdebat geen reden is om de producties te weigeren of buiten toepassing te laten. Ook is onvoldoende gesteld dat de verdediging van geïntimeerde hierdoor wordt belemmerd.
De vordering in het incident wordt daarom afgewezen en geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en veroordeelt geïntimeerde in de kosten van het incident.