ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7753

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-000792-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 266 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens afstand van recht op aanwezigheid bij strafzaak en oplegging geldboete

In deze strafzaak stelde verdachte hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter. Voorafgaand aan de zitting meldde de moeder van verdachte dat zij wegens ziekte (koorts) niet zou verschijnen. Het hof heeft meerdere pogingen gedaan om contact te krijgen met verdachte of haar moeder om de ernst van de ziekte te verifiëren en te informeren naar een verzoek tot aanhouding, maar dit bleef zonder resultaat.

Omdat geen uitdrukkelijk verzoek tot aanhouding werd gedaan en verdachte zich onbereikbaar hield, oordeelde het hof dat zij bewust afstand had gedaan van haar recht om bij de behandeling aanwezig te zijn. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter voor wat betreft de strafoplegging en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €200, met een vervangende hechtenis van vier dagen bij niet-betaling.

De straf is opgelegd met inachtneming van de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoon van verdachte. Het hof achtte de oorspronkelijke straf onvoldoende in verhouding tot het wettelijk strafmaximum en soortgelijke zaken. De rest van het vonnis bleef ongewijzigd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €200, met vier dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000792-07
Uitspraak : 6 november 2007
VERSTEK, DIP
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 21 februari 2007 in de strafzaak met parketnummer 02-627884-06 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1985],
wonende te [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Blijkens een mededeling van de dienstdoende deurwaarder heeft de moeder van verdachte voorafgaand aan de behandeling van de onderhavige strafzaak bericht dat verdachte vanwege ziekte (koorts) niet ter terechtzitting zou verschijnen. Het hof heeft vervolgens tot vier keer toe getracht om contact - via het door de moeder opgegeven telefoonnummer - met verdachte dan wel met haar moeder te krijgen, teneinde de aard en ernst van de ziekte te kunnen achterhalen en te informeren naar de wens van verdachte ten aanzien van voortzetting/aanhouding van de zaak. Dit heeft echter niet tot enig resultaat geleid. Nu er door of namens verdachte geen uitdrukkelijk verzoek is gedaan tot aanhouding van de zaak en verdachte zich vervolgens voor justitie onbereikbaar heeft gehouden, is het hof van oordeel dat verdachte daarmee bewust afstand heeft gedaan van het recht om bij de behandeling van haar strafzaak aanwezig te zijn.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende verdachte zal vrijspreken van het primair ten laste gelegde en verdachte zal veroordelen terzake het subsidiair ten laste gelegde tot een geheel onvoorwaardelijke geldboete van EUR 200,--, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de strafmotivering.
Op te leggen straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Het hof acht de door de eerste rechter opgelegde straf onvoldoende recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof zal derhalve de hierna vermelde straf opleggen, aangezien deze naar het oordeel van het hof passend is.
Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 266 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep ten aanzien van de aan de verdachte opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis voor al het overige.
Aldus gewezen door
mr. H. Harmsen, voorzitter,
mr. J.M. Brandenburg en mr. A. de Lange,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 6 november 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.