ECLI:NL:GHSHE:2007:BB8450
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Zwitser-Schouten
- Zweers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging formele rechtskracht dwangsombeschikking bij ontgrondingswerkzaamheden zonder vergunning
In deze zaak gaat het om de vraag of de formele rechtskracht van een dwangsombeschikking die aan [appellante] is opgelegd wegens het zonder vergunning uitvoeren van ontgrondingswerkzaamheden kan worden doorbroken. [Appellante] kocht in 2001 een perceel met een haventje en verwijderde verontreinigde specie en puin, maar voerde ook ontgrondingswerkzaamheden uit zonder vergunning van Gedeputeerde Staten (GS).
GS legde daarop een last onder dwangsom op en vorderde betaling van de dwangsommen wegens niet-naleving. [Appellante] stelde dat de dwangsombeschikking niet rechtsgeldig was omdat GS niet bevoegd was, de last onuitvoerbaar was vanwege het bestemmingsplan en zij contractueel verplicht was tot sanering. De rechtbank wees haar verzet af en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof oordeelt dat geen bijzondere omstandigheden zijn die de formele rechtskracht van de dwangsombeschikking doorbreken. De last is helder en niet gericht op het verkrijgen van een vergunning. De grieven van [appellante] falen, waaronder haar stellingen over het ontbreken van bevoegdheid van GS, de onuitvoerbaarheid van de last en de vermeende saneringsplicht. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [appellante] in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep van [appellante] af met veroordeling in de proceskosten.