ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0135
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Venner-Lijten
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over salarisverlaging na terugplaatsing werknemer in lagere functie
Werknemer trad in 1997 in dienst als assistent-filiaalleider en nam tijdelijk de taken van bedrijfsleider over. In november 2001 werd hij teruggeplaatst naar een lagere functie van boekverkoper, waarbij hem werd toegezegd dat hij voorlopig zijn oude salaris zou behouden. Pas in oktober 2004, bijna drie jaar later, stelde werkgever het salaris conform de CAO bij naar het lagere functieniveau.
Werknemer was het niet eens met deze salarisverlaging en vorderde betaling van het oorspronkelijke hogere loon. De kantonrechter wees de vordering toe, maar de werkgever ging in hoger beroep. Het hof bevestigde dat de werkgever het salaris niet eenzijdig kon verlagen na zo'n lange periode, omdat dit in strijd is met goed werkgeverschap en redelijkheid en billijkheid.
Daarnaast speelde de vraag over de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte. Werknemer was sinds september 2003 arbeidsongeschikt. Volgens de oude wetgeving had hij recht op loon gedurende 52 weken. Het hof oordeelde dat na deze periode het recht op loon eindigde, waardoor werkgever niet verplicht was het loon over de rest van de periode te betalen.
Het hof vernietigde het vonnis voor het deel over de loonbetaling na de 52 weken en veroordeelde werkgever tot betaling van loon tot die termijn, met verrekening van reeds betaalde bedragen. Voor het overige werden de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Werkgever mag salaris niet eenzijdig verlagen na lange termijn; werknemer heeft recht op hoger salaris gedurende 52 weken ziekte.