ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0140
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Venner-Lijten
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loondoorbetaling tijdens ziekte zonder deskundigenverklaring afgewezen
Werknemer trad op 21 augustus 2004 in dienst bij Heveco als internationaal chauffeur voor zes maanden. Op 30 november 2004 ontstond onenigheid over het werk, waarna werknemer niet werkte en werkgever de arbeidsovereenkomst niet verlengde. Werkgever stelde dat werknemer onrechtmatig afwezig was en stopte de loonbetaling vanaf 30 november 2004. Werknemer liet via advocaat weten arbeidsongeschikt te zijn en eiste loonbetaling tijdens ziekte vanaf 1 december 2004.
De kantonrechter verklaarde de vordering van werknemer niet-ontvankelijk omdat hij geen deskundigenverklaring had overgelegd zoals vereist in artikel 7:629a BW, terwijl werkgever de arbeidsongeschiktheid betwistte. Werknemer stelde zich op het standpunt dat de betwisting niet ondubbelzinnig was, zodat geen verklaring nodig was.
Het hof oordeelde dat uit een brief van werkgever van 31 december 2004 duidelijk bleek dat werkgever niet akkoord ging met de ziekmelding en dat werkgever ook op 18 februari 2005 de arbeidsongeschiktheid betwistte. Hierdoor was de uitzondering van artikel 7:629a lid 2 BW niet van toepassing. Werknemer had dus wel een deskundigenverklaring moeten overleggen. Omdat hij dat niet deed, was de vordering terecht afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot loondoorbetaling tijdens ziekte werd afgewezen omdat werknemer geen deskundigenverklaring overlegde terwijl werkgever arbeidsongeschiktheid betwistte.