ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0220

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-001274-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 SvArt. 410 lid 1 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van grieven en verschijning

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter, maar heeft geen schriftelijke grieven ingediend binnen de wettelijke termijn en is ook niet verschenen tijdens de terechtzitting in hoger beroep. De dagvaarding is op het opgegeven adres aangeboden, maar niet uitgereikt omdat niemand aanwezig was. Het hof oordeelt dat justitie voldoende heeft gedaan om de verdachte te informeren en dat het niet ontvangen van de dagvaarding voor eigen risico van de verdachte komt.

Op basis van artikel 416, lid 2, Sv, zoals van toepassing sinds de Wet stroomlijnen hoger beroep, kan het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk worden verklaard indien geen grieven zijn ingediend en geen mondelinge bezwaren zijn opgegeven. Het hof concludeert dat aan deze voorwaarden is voldaan en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Het vonnis is op 26 november 2007 door het meervoudig hof van Gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen, waarbij de voorzitter en twee raadsheren aanwezig waren. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak vanwege het ontbreken van grieven en verschijning van de verdachte.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven en verschijning.

Uitspraak

Parketnummer: 20-001274-07
Uitspraak : 26 november 2007
VERSTEK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 maart 2007 in de strafzaak met parketnummer 01-827700-06 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1960],
verblijvende te [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Artikel 416, tweede lid, Sv luidt als volgt: "Indien de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven, kan het door de verdachte ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak zelf niet-ontvankelijk worden verklaard."
Deze bepaling is, ingevolge de inwerkingtreding op 1 maart 2007 van de Wet stroomlijnen hoger beroep (Wet van 5 oktober 2006, Stb. 2006, 470), van toepassing op zaken waarin - zoals in deze zaak - het vonnis in eerste aanleg is gewezen op of na 1 maart 2007.
De verdachte heeft niet binnen de in artikel 410, eerste lid, Sv gestelde termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep, en evenmin daarna, schriftelijk grieven tegen het vonnis ingediend.
De verdachte is in hoger beroep niet ter terechtzitting verschenen en heeft derhalve ook niet mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
De verdachte is niet ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. Bij het verhoor door de politie in de onderhavige zaak op 21 december 2006, op de zitting van de politierechter op 16 maart 2007 en bij het instellen van hoger beroep op 28 maart 2007 heeft de verdachte als woonadres opgegeven: [woonplaats], [adres]. Niet is gebleken dat de verdachte daarna een ander adres waar hij kan worden bereikt, heeft opgegeven aan justitie.
De dagvaarding in hoger beroep is 9 oktober 2007 aangeboden op genoemd adres, maar is niet uitgereikt kunnen worden omdat niemand op dat adres werd aangetroffen. Aldaar is wel een bericht van aankomst achtergelaten. De dagvaarding is niet opgehaald op het postkantoor. Op 25 oktober 2007 is de dagvaarding uitgereikt aan de griffier van de rechtbank en is een afschrift verzonden aan het genoemde adres.
Het hof stelt voorop dat van degene die hoger beroep instelt en prijs stelt op berechting op tegenspraak, mag worden verwacht dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat de appeldagvaarding hem niet bereikt.
Het hof is van oordeel dat justitie heeft gedaan wat redelijkerwijze kan worden verlangd om de verdachte op de hoogte te stellen van de terechtzitting in hoger beroep. Als de dagvaarding in hoger beroep de verdachte niet heeft bereikt, komt dit, gelet op hetgeen voorop is gesteld, voor eigen risico van de verdachte. De verdachte heeft derhalve voldoende gelegenheid gehad om zijn grieven of bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg naar voren te brengen.
Ambtshalve vindt het hof in het vonnis waarvan beroep geen gronden om de zaak in hoger beroep in behandeling te nemen.
Gezien het vorenstaande zal het door de verdachte ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak zelf niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door
mr. J.J. van der Kaaden, voorzitter,
mr. J.A. van Zon en mr. J.C.A.M. Claassens,
in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoekstra, griffier,
en op 26 november 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.