ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0313
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- R.J. Koopman
- A.J. van Soelen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke behandeling van om niet gecedeerde toekomstige huurtermijnen door aandeelhouder
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van toekomstige huurtermijnen die door de aandeelhouder van een vennootschap om niet zijn gecedeerd aan de vennootschap. De Inspecteur heeft de aanslag vennootschapsbelasting verhoogd met de waarde van deze huurtermijnen, terwijl de belanghebbende dit als een informele kapitaalstorting en niet als winst uit onderneming beschouwde.
Het Hof stelt vast dat het voordeel uitsluitend voortvloeit uit de vennootschappelijke relatie tussen aandeelhouder en vennootschap. Volgens vaste jurisprudentie behoort een dergelijk voordeel in beginsel niet tot de winst van de vennootschap, mits het voordeel bij de aandeelhouder als winst uit onderneming of inkomsten uit vermogen wordt belast. Omdat niet is gebleken dat de aandeelhouder dit voordeel heeft genoten als belastbare winst, moet het voordeel toch bij de vennootschap worden belast om een redelijke samenhang tussen vennootschaps- en inkomstenbelasting te waarborgen.
Het Hof oordeelt echter dat het goed koopmansgebruik vereist dat de vennootschap de huurtermijnen niet in één keer in 1995 tot haar winst rekent, maar over de jaren waarin de termijnen vervallen. De belanghebbende wordt dus gedeeltelijk in het gelijk gesteld. Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het voordeel uit het om niet cederen van toekomstige huurtermijnen behoort tot de winst van de vennootschap, maar mag niet in één keer in 1995 worden belast.