ECLI:NL:GHSHE:2007:BC1230
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.H.J.M. Mertens - Steeghs
- F. van Es
- G.D. Noordijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettige bewijsmiddelen bij overtreding plaatselijke verordening
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het gebruik en bezit van harddrugs op een openbare weg in Eindhoven. In hoger beroep wijzigde de tenlastelegging zich en werd onderzocht of verdachte op of omstreeks 21 februari 2006 harddrugs gebruikte en/of voorwerpen of stoffen (heroïne en/of cocaïne) openlijk voorhanden had.
Het hof beoordeelde het bewijs, bestaande uit een oproeping en een elektronisch ingevoerd proces-verbaal, en concludeerde dat deze documenten niet voldoen aan de vereisten van artikel 344, eerste lid onder 2, van het Wetboek van Strafvordering. De oproeping was niet ondertekend door de bekeurende ambtenaar, bevatte geen redenen van wetenschap, en de aanvullende tekst op de achterzijde was niet ondertekend of verwezen op de voorzijde.
Ook het elektronische proces-verbaal was niet persoonlijk opgemaakt of ondertekend door de opsporingsambtenaar en voldoet niet aan artikel 153, tweede lid, Sv. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke bewijskracht om het tenlastegelegde feit te bewijzen. Het hof oordeelde dat zonder aanvullend bewijs het tenlastegelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen.