ECLI:NL:GHSHE:2007:BC2058
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Raab
- Lamers
- Hompus
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontvankelijkheid en gegrondverklaring ontkenning vaderschap volgens huidig afstammingsrecht
In deze civiele zaak staat de vraag centraal welk afstammingsrecht van toepassing is op de ontkenning van het vaderschap van een minderjarig kind geboren vóór 1 april 1998. De vrouw betoogde dat het oude recht van vóór die datum van toepassing is, terwijl de man stelde dat het huidige artikel 1:200 BW Pro geldt. Het hof oordeelt dat geen overgangsregeling van toepassing is en dat het huidige artikel 1:200 BW Pro van toepassing is.
De man heeft volgens het hof tijdig zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap ingediend, namelijk binnen een jaar nadat hij bekend werd met het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is. De rechtbank had de man ontvankelijk verklaard en een deskundigenonderzoek gelast, waarna het vaderschap werd ontkend op basis van het rapport dat de man uitsloot als biologische vader.
De vrouw en de bijzonder curator gingen in hoger beroep tegen deze beslissingen, stellende dat het oude recht van toepassing moest zijn en dat de man niet ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het hof verwierp deze grieven en bekrachtigde de bestreden beschikkingen van de rechtbank. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep. Het hof achtte geen belangenafweging nodig omdat de man aan de wettelijke termijnen had voldaan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeschikkingen en verklaart de ontkenning van het vaderschap gegrond.