4.3.1. Daarnaast heeft nog het volgende te gelden.
4.3.2. Partijen twisten over het antwoord op de vraag of belanghebbende na ontdekking van de onjuistheid van zijn aangiften, daaromtrent contact heeft opgenomen met de controlerend ambtenaar en met hem heeft afgesproken dat belanghebbende een naheffingsaanslag zou afwachten.
4.3.3. De Inspecteur beantwoordt deze vraag in ontkennende zin, stellende dat de controlerend ambtenaar tegenover hem ontkend heeft dat een dergelijke afspraak is gemaakt, dat de controle niet het jaar 2001 betrof, dat er geen afschrift van concept jaarstukken over 2001 in het dossier van belanghebbende zijn aangetroffen en dat ook de aantekeningen van de controlerend ambtenaar geen verwijzing naar enige afspraak over 2001 bevatten.
4.3.4. Belanghebbende beantwoordt de in 4.3.2 bedoelde vraag in bevestigende zin, stellende dat hij ook overigens niet heeft gepoogd de onjuistheid verborgen te houden, dat suppletieaangiften en -betalingen niet altijd worden erkend en dat de controle toch al lang sleepte, waardoor het uitblijven van de naheffing hem niet verbaasde.
4.3.5. Naar het oordeel van het Hof kan de omstandigheid dat de controlerend ambtenaar geen aantekeningen heeft gemaakt van enige afspraak de Inspecteur niet baten. Die afspraak is volgens belanghebbende in november 2002 gemaakt. De Inspecteur heeft aantekeningen overgelegd van de controlerend ambtenaar betreffende bezoeken aan belanghebbende in de maand maart 2002. Over andere bezoeken zijn in het geheel geen aantekeningen bekend, terwijl de controlerend ambtenaar - naar belanghebbende onweersproken heeft gesteld - ten minste in de maand november 2002 nog wel in het kader van de controle een bezoek aan belanghebbende heeft gebracht. Nu de controlerend ambtenaar ter zake van dit bezoek in het geheel geen aantekeningen heeft gemaakt, kan de omstandigheid dat hij geen aantekening heeft gemaakt van enige afspraak, onvoldoende bijdragen aan het bewijs dat een dergelijke afspraak niet bestaat.
4.3.6. Ook de omstandigheid dat er in het controledossier geen afschriften van conceptjaarstukken over 2001 zijn aangetroffen kan de Inspecteur niet baten. Die omstandigheid sluit immers niet uit dat de desbetreffende conceptjaarstukken wel met de controlerend ambtenaar zijn besproken.
4.3.7. Anderzijds draagt aan de geloofwaardigheid van belanghebbendes stelling bij dat hij de omzetbelastingschuld heeft opgenomen in de jaarstukken bij zijn aangifte inkomstenbelasting voor 2001. Door deze handelwijze moest hij er toch ernstig rekening mee houden dat de Inspecteur nog terug zou komen op de juistheid van zijn aangiften omzetbelasting over dat jaar. Het zou immers naïef zijn te veronderstellen dat de Belastingdienst een dergelijk eenvoudig controlemiddel onbenut zou laten.
4.3.8. Verder moet belanghebbende worden toegegeven dat het spontaan betalen van de omzetbelastingschuld, te zamen met een suppletieaangifte, enig risico met zich mee zou brengen. In fiscale procedures heeft de staatssecretaris van Financiën casu quo de Belastingdienst zich wel eens op het standpunt gesteld dat het op een suppletieaangifte betaalde bedrag niet geldt als een voldoening van de belastingschuld, zie voornoemde arresten BNB 1984/233 en 1984/234 en HR 4 december 1985, nr. 22 855, BNB 1986/159. Verder heeft de staatssecretaris van Financiën in antwoord op kamervragen gesteld dat ingeval een belastingplichtige te weinig belasting op aangifte heeft betaald alleen een naheffingsaanslag de mogelijkheid biedt om de juiste belasting te betalen. Zie de brief van 23 april 2007, nr. DGB2007-1221, Kamerstukken II 2006/2007, Aanhangsel 1325, onder meer gepubliceerd in V-N 2007/21.4. Voorts volgt uit de onder 4.2.2 vermelde uitspraken van dit Hof, dat niet door middel van een zogenoemde suppletieaangifte een (aanvullende) aangifte kan worden gedaan.
4.3.9. Op grond van geen hiervoor is overwogen acht het Hof niet aannemelijk de stelling van de Inspecteur dat belanghebbende tegenover de controlerend ambtenaar heeft gezwegen over de fout in de aangiften over 2001 en dat er geen afspraken zouden zijn gemaakt, of verwachtingen zouden zijn gewekt, inhoudende dat er nog een naheffing zou volgen ter zake van die fout.