ECLI:NL:GHSHE:2007:BC3940
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van onbelaste vergoeding en rente bij schadevergoeding Waterschap Zuiveringsschap Limburg
De belanghebbende, aandeelhouder en directeur van een vennootschap die een molen exploiteert, ontving een schadevergoeding van het Waterschap Zuiveringsschap Limburg (WZL) wegens schade aan de molen veroorzaakt door werkzaamheden aan de rivier de Geul. Na diverse civiele procedures ontving hij in 2000 een bedrag van fl. 420.294,27, bestaande uit een hoofdsom en rente.
De Inspecteur corrigeerde het belastbare inkomen over 2000 door de hoofdsom van fl. 269.858,75 bij te tellen, terwijl de belanghebbende stelde dat deze vergoeding onbelast moest blijven omdat het een vergoeding betrof voor nog niet gemaakte kosten. Het hof oordeelde dat de vergoeding onbelast was, omdat de kosten waarvoor werd vergoed nog niet waren gemaakt en dus niet aftrekbaar waren. De rente over deze vergoeding werd echter wel belast als inkomen uit vermogen.
De aanslagen inkomstenbelasting over 2000 en 2001 werden op basis van deze beoordeling verminderd tot nihil belastbaar inkomen, waarbij ook de verrekening van verliezen uit voorgaande jaren werd aangepast. Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden uitspraken vernietigd en het door de belanghebbende betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting over 2000 en 2001 worden verminderd tot nihil belastbaar inkomen met correcte verliesverrekening, waarbij de schadevergoeding onbelast blijft en de rente belast wordt.