ECLI:NL:GHSHE:2007:BC7357
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging samenwerking en bewijsopdracht in duurovereenkomst transportsector
In deze civiele zaak staat centraal of WM-Venlo gerechtigd was de samenwerking met Interzuid te beëindigen op de wijze waarop dat is gebeurd. Interzuid stelt dat de beëindiging in strijd is met gemaakte afspraken, zoals weergegeven in een conceptovereenkomst van juni 2003, en dat sprake is van een duurovereenkomst die niet zonder meer mocht worden beëindigd vanwege investeringen die Interzuid op instigatie van WM heeft gedaan.
De rechtbank wees de vordering van Interzuid af, maar het hof neemt dit oordeel als uitgangspunt zonder daartegen grieven te hebben ontvangen. In hoger beroep heeft Interzuid haar stellingen nader onderbouwd en een gespecificeerd bewijsaanbod gedaan, hoewel het bewijs nog niet is geleverd. Het hof laat Interzuid toe dit bewijs te leveren, met name over de juistheid van de conceptovereenkomst en de aard van de overeenkomst als duurovereenkomst.
Het hof wijst een getuigenverhoor toe onder leiding van een raadsheer-commissaris en stelt een rolzitting vast voor het plannen van dit verhoor. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na bewijslevering. Hiermee wordt de procedure voortgezet met het oog op een zorgvuldige beoordeling van de vorderingen van Interzuid.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe en wijst een getuigenverhoor toe, waarna verdere beslissing volgt.