ECLI:NL:GHSHE:2007:BC9658
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Aarts
- Slootweg
- Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens werkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid niet gegrond verklaard
De werknemer was sinds 1 juni 1995 in dienst van Biosoil B.V. en meldde zich op 6 juni 2006 ziek vanwege een burn-out en depressiviteit. Tijdens haar arbeidsongeschiktheid verrichtte zij beperkte hand- en spandiensten voor een vriend, zonder betaling, wat door Biosoil werd aangemerkt als dringende reden voor ontslag op staande voet.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onterecht was, omdat niet was vastgesteld dat de werknemer werkzaamheden had verricht die haar eigen werk of passende arbeid bij Biosoil konden belemmeren, noch dat het reïntegratieproces nadelig werd beïnvloed. Ook het niet melden van deze werkzaamheden aan de Arbodienst werd onvoldoende geacht als dringende reden.
Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de werkgever geen recht had om ongevraagd passend werk aan te bieden en dat de werknemer niet gehouden was haar restcapaciteit aan te bieden, gelet op de arbeidsongeschiktheid en de rapportages van de Arbodienst. Het beroep op een contractuele bepaling die het verrichten van nevenwerkzaamheden zonder toestemming verbood, faalde omdat dit niet als grond voor ontslag was aangevoerd.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Biosoil in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens werkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid wordt als onterecht beoordeeld en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.