ECLI:NL:GHSHE:2007:BD2911

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
11 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-004774-06
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Harmsen
  • A. de Lange
  • F. van Beuge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor overtreding geluidsvoorschriften horeca-inrichting

In hoger beroep is de verdachte, een rechtspersoon die een horeca-inrichting exploiteerde, veroordeeld voor het opzettelijk niet naleven van geluidsvoorschriften zoals opgenomen in het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

De tenlastelegging betrof het overschrijden van het equivalente geluidsniveau in een aanpandige woning op drie data in 2006, waarbij het geluid telkens hoger was dan de toegestane 25 dB(A). De verdediging voerde onder meer aan dat de geluidsmetingen onjuist waren uitgevoerd, onder andere door het ontbreken van een nul-meting en het toepassen van een correctie van 10 dB die volgens hen onterecht was.

Het hof oordeelde dat de metingen en de toegepaste correcties conform de geldende Handleiding meten en rekenen industrielawaai waren uitgevoerd en dat er geen reden was om aan de juistheid van de metingen te twijfelen. Ook was niet voorgeschreven in welk vertrek van de aanpandige woning gemeten moest worden.

Op basis van het bewijs achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk de voorschriften niet had nageleefd. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €3.500, waarvan €1.500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €3.500, waarvan €1.500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Parketnummer : 20-004774-06
Uitspraak : 11 december 2007
TEGENSPRAAK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
economische kamer
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de Rechtbank Breda van 18 december 2006 in de strafzaak met parketnummer 02-994827-06 tegen:
[verdachte],
statutair gevestigd te [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd, dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geldboete van EUR 3.500,-, waarvan EUR 1.500,- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 26 maart 2006 en/of 23 april 2006 en/of 26 april 2006 te Geertruidenberg, in elk geval in Nederland, als degene die een inrichting als bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, gelegen [adres], dreef, al dan niet opzettelijk, er niet voor heeft zorggedragen dat een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het genoemde besluit behorende bijlage, werden nageleefd, immers bedroeg het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden in een aanpandige woning aan de [adres] respectievelijk ongeveer 46 dB(A), 39 dB(A) en/of 41 dB(A), in elk geval (telkens) meer dan 25 dB(A).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 26 maart 2006 en 23 april 2006 en 26 april 2006 te Geertruidenberg, als degene die een inrichting als bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, gelegen [adres], dreef, opzettelijk, er niet voor heeft zorggedragen dat een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het genoemde besluit behorende bijlage, werden nageleefd, immers bedroeg het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden in een aanpandige woning aan de [adres] respectievelijk ongeveer 46 dB(A), 39 dB(A) en 41 dB(A), in elk geval telkens meer dan 25 dB(A).
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
A1.
De vertegenwoordiger van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep - zakelijk weergegeven - aangevoerd, dat bij de geluidsmetingen ten onrechte geen nul-meting heeft plaatsgevonden. Voorts heeft de vertegenwoordiger van verdachte aangevoerd, dat er ten onrechte 10 dB ter correctie aan het meetresultaat is toegevoegd, terwijl in zijn visie 10 dB van de norm had dienen te worden afgetrokken. Daarnaast is de vertegenwoordiger van verdachte van mening dat het geluid had moeten worden gemeten in de aanpandig gelegen slaapkamer, in plaats van in de woonkamer en de keuken van de naastgelegen woning.
A2.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
Uit het dossier blijkt dat telkens is gemeten en gerekend overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ IL-HR-13-01 (methode 1981). Ook de toegepaste correctie met 10dB is conform deze Handleiding geschied.
De stelling dat bij de onderhavige geluidsmetingen een nul-meting had moeten plaatsvinden vindt geen steun in het recht. Evenmin is voorgeschreven in welk vertrek van een aanpandige woning moet worden gemeten.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is geen omstandigheid gebleken, noch aannemelijk geworden, dat doet twijfelen aan de juistheid van de uitgevoerde geluidsmetingen en de resultaten daarvan. Het verweer wordt daarom in al zijn onderdelen verworpen.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is voorzien bij voorschrift 1.1.1 van de bijlage behorende bij het Besluit horeca, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer juncto artikel 4, eerste lid, van dat besluit, juncto artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, junctis de artikelen 1a, aanhef en onder 1, en 2, eerste lid, van de Wet op de economische delicten en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 1, van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Op te leggen straf of maatregel
Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de aard en hoedanigheid van de verdachte rechtspersoon en haar draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 51 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, artikel 4 van Pro het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer en voorschrift 1.1.1 behorende bij het Besluit horeca, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:
Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.
Verklaart verdachte deswege strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro).
Bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot EUR 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro), niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door
mr. H. Harmsen, voorzitter,
mr. A. de Lange en mr. F. van Beuge,
in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,
en op 11 december 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.