ECLI:NL:GHSHE:2007:BD6447
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- P.A.M. Hendriks
- A.J.W.M. Jurgens
- C. de Bruijne
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens onvoldoende bewijs van bedrieglijke bankbreuk
Op 22 maart 2006 deed klager aangifte van bedrieglijke bankbreuk tegen beklaagde. De officier van justitie besloot tot niet vervolging wegens gebrek aan bewijs. Klager diende daarop een klaagschrift in bij het hof met het verzoek tot vervolging.
Het hof behandelde het klaagschrift in raadkamer, waarbij getuige-deskundigen en een deskundige aanwezig waren. Beklaagde had zijn onderneming ingebracht in een vennootschap en investeerde later in een hotel-restaurant dat verlies leed en uiteindelijk werd gesloten. Diverse faillissementen volgden.
Klager stelde dat beklaagde door het intrekken van aandelen en verrekening met privé-rekening-courantschuld schuldeisers benadeelde. Beklaagde voerde aan dat dit gebeurde op advies van zijn accountant en fiscaal toegestaan was, met als doel belastingschulden te voorkomen en het concern niet te benadelen.
Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat beklaagde opzet had op benadeling van schuldeisers in de zin van art. 343 Sr Pro. Het enkele feit dat vraagtekens kunnen worden gezet bij handelingen doet hieraan niet af. Verder onderzoek werd niet zinvol geacht. Het beklag werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs van opzet tot benadeling van schuldeisers.