ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2705
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake ondeugdelijke keermuur en verbeurde dwangsommen tussen buren
In deze civiele zaak tussen buren draait het geschil om een keermuur die appellant op zijn perceel heeft geplaatst, parallel aan de achtertuin van geïntimeerde sub 1 c.s. Na een eerdere procedure leidde dit tot een vonnis van de rechtbank Maastricht van 24 februari 2000, waarin appellant werd veroordeeld de oorspronkelijke keermuur te slopen en te vervangen door een glooiend talud, onder verbeurte van dwangsommen.
Appellant sloopte de muur maar plaatste in plaats van het talud een nieuwe keermuur met schutting, gebruikmakend van een deel van de oude fundering. Geïntimeerden stelden dat deze nieuwe muur ondeugdelijk was en dat appellant daarmee niet aan het vonnis had voldaan, waardoor hij het maximum aan dwangsommen had verbeurd. De rechtbank oordeelde dat de muur niet deugdelijk was en wees de vorderingen van appellant af.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel had voldaan en dat de dwangsommen gematigd moesten worden wegens vermeend misbruik van recht. Het hof overwoog dat de deskundige een voldoende onderbouwd rapport had uitgebracht waaruit bleek dat de muur niet deugdelijk was, onder meer vanwege verkeerde plaatsing van de wapening. Het hof verwierp het beroep op misbruik van recht en matiging van de dwangsommen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant de keermuur niet deugdelijk heeft vervangen en veroordeelt hem in de kosten.